Uit het vuistje

Vuistregels voor creatieve activiteiten

Muilwijk en van Galen geven de volgende acht vuistregels en tips voor creatieve activiteiten in de klas.

  1. Biedt kaders en uitdaging
    Stel een duidelijk doel met indien nodig een instructie over hoe kinderen de opdracht zouden kunnen aanpakken. Inspireer eventueel met suggesties over hoe je een bepaald materiaal of medium kunt gebruiken. Door beperkingen te stellen worden kinderen gedwongen en uitgedaagd om nieuwe, eigen oplossingen te bedenken.
  2. Ontdekken en spelen
    Biedt kinderen ruimte en tijd, en laat ze vrij in de uitwerking van een opdracht zodat ze zelf hun talenten en vaardigheden ontdekken. Laat ze experimenteren om tot onverwachte ontdekkingen komen.
  3. Gereedschappen en skills
    Kinderen die over veel gereedschappen (ook digitaal) beschikken, hebben meer mogelijkheden om creatief te zijn. Die moeten ze wel leren hanteren: een hamer, hun hersens, hun handen en voeten, digitale middelen. Laat ze dingen doen, ontdekken en oefenen op een manier die past bij hun (individuele) talent en voorkeuren, in het kader van een doel of uitdaging.
  4. Zelf doen
    Kinderen moeten leren om dingen zelf te doen: zelf maken, zelf laten zien. Zonder instructies die alle mogelijkheden hebben dichtgetimmerd en zonder goed of fout achteraf. Reflecteer achteraf wel met de kinderen op het proces.
  5. Co-creatie
    Biedt mogelijkheden om kinderen samen iets te laten creëren.  Zo leren ze op andere mensen bouwen en vertrouwen om iets tot stand te brengen. In samenwerking leren kinderen van elkaar, ze leren dat iedereen eigen talenten heeft die waardevol kunnen zijn in een proces, en last but not least leren ze over zichzelf in samenwerkingsprocessen.
  6. Omgeving
    Betrek de omgeving bij het leerproces. Kinderen leren overal en altijd, formeel en informeel, 24 uur per dag. In welke omgeving werken ze? Wat leren ze binnen en wat buiten de school? Hoe kun je de omgeving betrekken bij het leerproces? Grijp die buitenkans.
  7. Podium
    Zorg voor een plek en moment waar kinderen hun resultaten laten zien. Er zijn allerlei mogelijkheden: locaties binnen en buiten de school, op straat, op internet, …  Een goed podium stimuleert, daagt uit en zorgt voor erkenning en voldoening.
  8. Betekenis
    Werk met kinderen aan betekenisgeving en reflectie op het creatieve proces. Dit is minstens net zo leerzaam als het creatieproces zelf. Laat ze terugblikken en beoordelen of ze het (hun) doel hebben gehaald en vooral: op welke manier. In reflectie op het eigen werk worden kinderen bewuster van hun leer- en werkstijl. Ze leren hun werk kritisch en constructief bekijken en erover praten. Hierdoor gaan ze anders kijken naar hun werk en er zich er verantwoordelijk voor voelen. Al leerkracht heb je een spilfunctie in het proces van betekenisgeving. Wat betekent het creatieve proces voor jezelf en voor je omgeving?

Bron: Schrijver onbekend (2012). Creativiteit: kerncompetentie 21ste eeuw. Geraadpleegd op 5 april 2012, via http://www.cultuurcoordinator.nl/artikelen/creativiteit-kerncompetentie-21e-eeuw

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s