Kapperspaal

We kennen hem allemaal: de rode kapperspaal (vaak ook met blauw) die je bij vele westerse kapperszaken aan de buitenkant ziet hangen. Maar weinig mensen kennen de macabere betekenis ervan.

Naar een arts gaan was een van de ergste dingen die een patient in de zestiende eeuw kon doen. De kans was groot dat er met een mes de aders werden blootgelegd. Al duizenden jaren lang denken artsen het antwoord te hebben gevonden tegen alle kwalen en ziekten: aderlating. Hierbij worden (enkele) aders van de patient opengesneden en het bloed stroomt naar buiten in een kom. De beoordeling of er bij een patient genoeg bloed afgetapt was, is altijd hetzelfde gebleven: was de patient door bloedtekort bewusteloos, dan was de arts tevreden.

Maar wat heeft de kapperspaal met dit verhaal te maken?

De rode streep symboliseert het bloed dat uit de sneden stroomt. Naast knippen en scheren verleende een barbier vroeger nog een andere belangrijke dienst. Hij voerde ook chirurgische ingrepen uit, zoals aderlating. Een arts gaf meestal alleen maar de opdracht tot aderlaten, en liet de echte verrichting van de ingreep aan een barbier over.

Bron: Wetenschap in Beeld – Historia, nummer 4 2012

Advertenties

Het enige echte sprookjesbos

Vandaag (en dit hele jaar) is er reden voor een groot feest in de Efteling, precies 60 jaar geleden opende het (toen nog) pretparkje haar deuren. Het leek in niets op het pretpark dat wij nu kennen, maar er was een begin.

Op 31 mei 1952 wordt het Sprookjesbos geopend. Op de 65 ha. natuur die de Efteling dan omvat zijn waterpartijen, een speeltuin, tennis- en voetbalvelden en tien sprookjes gerealiseerd. De sprookjes van het eerste uur zijn: het Kasteel van Doornroosje, Sneeuwwitje en de zeven Dwergen, de Kikkerkoning, de Magische Klok, de Chinese Nachtegaal, de Sprekende Papegaai, Langnek, de Kabouterhuisjes, de Put van Vrouw Holle en de Kleine Boodschap. Anton Pieck tekent de ontwerpen en laat deze door Peter Reijnders technisch tot leven brengen. Er is twee jaar aan gewerkt om de tien sprookjes te verwezenlijken. Er komen 222.941 bezoekers en een toegangskaartje kost 80 cent (€ 0,36). En nu, 60 jaar later, kost een kaartje bijna 100 keer zoveel..

Tulpomanie

De stadsbestuurders van Haarlem namen begin mei 1637 een ongewoon besluit: zij verboden rechters, advocaten en deurwaarders nog langer zaken over tulpen en tulpenbollen in behandeling te nemen. De maatregel was een noodgreep om de chaos te bezweren die in februari was losgebroken nadat de handel in tulpenbollen als een zeepbel uit elkaar was gespat. Partijen bollen die op papier een vermogen kostten, bleken opeens niets meer waard. Honderden burgers en kleine beleggers hadden bij de crisis al hun geld verloren. Ze probeerden nu tevergeefs bij de verkopers verhaal te halen. In pamfletten en spotprenten werd de draak gestoken met de dwazen die zich hadden laten meeslepen door de ‘tulpomanie’. In hun hebzucht en hoogmoed hadden zij zich laten verleiden tot handel in wind.

Tulpen waren aan het begin van de zeventiende eeuw nog een exotisch en kostbaar goed. De eerste bollen waren in de tweede helft van de zestiende eeuw door Westerse reizigers uit Turkije ingevoerd in Europa. De Leidse botanicus Carolus Clusius kreeg in 1593 een paar tulpenbollen toegestuurd, die hij plantte in de Leidse Hortus.

De exclusieve bloem trok al snel de aandacht van rijke stedelingen. Zij begonnen bollen te kopen om op hun buitens of in de tuinen van hun grachtenhuizen te planten. Het kweken en bemachtigen van nieuwe, bijzondere variëteiten werd onder de ‘happy few’ binnen de kortste keren een rage. Zeldzame soorten bleken hun gewicht in goud waard. De Amsterdamse stadspensionaris Adriaan Pauw, eigenaar van Huis te Heemstede, kreeg in 1625 voor een bol van de felbegeerde Semper Augustus 3000 gulden geboden. Dat was de prijs van een aardige buitenplaats, en tien maal het jaarinkomen van een geschoolde ambachtsman. Pauw sloeg het aanbod af.

Ten zuiden van Haarlem hadden zich, langs de Wagenweg en de Kleine Houtweg, intussen de eerste professionele bollenkwekers gevestigd. Ook rond Alkmaar en Hoorn werden tulpen gekweekt. Maar met het stijgen van de prijzen gingen steeds meer buitenstaanders zich met de tulpenhandel bemoeien. Bloembollen lieten zich vrij eenvoudig vermeerderen, anders dan kostbare verzamelobjecten als schilderijen of Chinees porselein. Wie er in slaagde een bijzondere variëteit op te kweken, kon naast flinke winsten rekenen op status en aanzien. Ook voor kleine kopers als winkeliers en linnenwevers leek rijkdom en stijging op de sociale ladder zo opeens binnen handbereik.

Speculanten, de zogeheten ‘floristen’, roken hun kans en gingen tulpenbollen die nog in de grond zaten, op papier doorverkopen. In herbergen en tapperijen organiseerden zij beurzen die vaak eindigden in uitgelaten drinkgelagen. De prijscontracten gingen tijdens deze ‘colleges’ van hand tot hand, telkens met meer winst. Tijdens de beurzen in het najaar ging het bij deze termijnhandel of handel in futures steeds vaker om bollen die niemand nog in bloei had gezien.

In de laatste maanden van 1636 bereikte de tulpenkoorts een hoogtepunt. Honderden kleine kopers hadden zelfs hun huisraad beleend om mee te doen. Maar op 3 februari 1637 stortte de handel in de Haarlemse ‘colleges’ plotseling in. Een grote partij bollen bleek onverkoopbaar. In Alkmaar werden twee dagen later in de Oude Doelen nog de alllerhoogste prijzen ooit gemaakt. De duurste tulp, de Admirael van Enkckhuizen, verwisselde op papier voor meer dan 5000 gulden van eigenaar. Maar de paniek was niet meer te stoppen. In de weken erna  klapte op alle beurzen de verkoop in elkaar. Het betekende een abrupt einde van de ‘tulpomanie’.

De tulpenwindhandel is vaak beschreven als de eerste grote speculatiegolf in de geschiedenis. Behalve voor de deelnemers die berooid achterbleven, vielen de gevolgen echter mee. De Hollandse bloembollenteelt kwam pas in de periode erna echt tot ontwikkeling. De tulp bleef een gewilde en kostbare bloem, maar de bollen werden voortaan verhandeld tegen reële prijzen. Haarlem en de omringende dorpen groeiden uit tot het bollenteeltgebied bij uitstek. Tot in de negentiende eeuw de telers hun bedrijven naar het zuiden uitbreidden en Hillegom en Lisse de eerste plaats overnamen.

Bron: (http://www.regiocanons.nl/noord-holland/kennemerland/tulpenmania)

De dauphin en de heldin

Vandaag is de dag van Jeanne d’Arc, de maagd van Orleans. Ze is een nationale heldin uit Frankrijk. Ze werd geboren tijdens de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk (1412 – 1431).

Sinds haar dertiende beweerde Jeanne stemmen te horen van God, de aartsengel Michael en de heiligen Catharina en Margaretha. Zij vertelden haar dat het land bevrijd moest worden van de Engelsen. In 1429 zocht ze de dauphin (kroonprins) op, onderweg gekleed als man om zichzelf te beschermen tegen onkuise benaderingen, met als doel hem ervan te overtuigen de strijd op te voeren. Aanvankelijk werd ze verdacht van ketterij, maar ze wist de dauphin toch te overtuigen.

Gekleed als een man, in harnas, wist zij met haar vroomheid, zelfvertrouwen en enthousiasme de gedemoraliseerde Franse troepen in de stad nieuw vertrouwen te geven. Op 8 mei volgde het eerste succes waardoor het “17-jarig meisje verslaat Engelsen” in heel het land aansprak tot de verbeelding en het Franse zelfbewustzijn een boost gaf. De dauphin liet zich door Jeanne overtuigen dat het tijd was om zich te laten kronen. Het kronen van koningen werd traditioneel in de stad Reims gedaan en deze stad moest dan ook eerst veroverd worden. Op 17 juli volgde het tweede succes, de stad Reims werd zonder al te veel moeite veroverd en de dauphin kon gekroond worden tot koning Karel VII.

Joan of arc miniature graded.jpg

En dan laat de koning haar in de steek, hij verraadt haar. Ze wordt gevangen genomen door de Bourgondiers en uitgeleverd aan de Engelsen. Op 9 januari 1431 begon in Rouen een proces tegen Jeanne wegens ketterij en hekserij. Ze wordt veroordeeld tot de brandstapel. Na een maandenlang proces, vol met ontbering, vernedering en foltering, wordt ze ter dood veroordeeld op 3 mei 1431. Ze wordt als heks verbrand en dan treedt de legende binnen.

Het feit dat ze mannenkleding bleef dragen, ook tijdens het proces, gaf de doorslag tot haar doodvonnis.

Terracotta puzzel

Al sinds 1974 worden er in Xiyang, een boerendorpje in China, puzzels opgelost. Tot op de dag van vandaag zijn ze nog steeds bezig met puzzels leggen.

In 1974 werd het eerste aardewerk en het hoofd van een krijger van het terracotta leger van keizer Qin gevonden. Duizenden krijgers zijn en worden opnieuw in elkaar gezet. De monochrome, grijzige beelden die de bezoekers te zien krijgen, vallen in het niet bij de kleurrijke glorie die de krijgers ooit gekend hebben. Een heerser met grote ambities bezat ook een kleurrijke fantasie. Qin Shi Huangdi, de eerste keizer die China onder een dynastie wist te verenigen, voerde tijdens zijn bewind (221 – 210 voor Christus) allerlei hervormingen door. De tiran begon niet alleen aan de bouw van de Chinese muur, maar standaardiseerde ook het Chinese schrift, het muntstelsel en het stelsel van maten en gewichten. Ook ons huidige woord China (Qin wordt als tsjin uitgesproken) vindt zijn oorsprong bij deze keizer.

Het terracottaleger werd gemaakt om keizer Qin te beschermen en te leiden in het hiernamaals. Een grafcomplex van negentig vierkante kilometer werd gebouwd. Het leger van terracottasoldaten en -paarden was geen sombere processie, maar een mystieke vertoning in felle kleuren: rood, groen, paars, blauw en geel.

Helaas hebben de meeste kleuren de tand des tijds niet doorstaan – of de blootstelling aan de lucht bij de ontdekking en opgraving. Al snel bleek dat de verf die gebruikt was niet bestemd was voor de droge buitenlucht in Xi’an en als sneeuw voor de zon verdween.

Bron: National Geographic magazine, Juni 2012

Nooit meer haat

Janusz Korczak was een beroemd kinderarts, pedagoog en kinderboekenschrijver. Hij was van Joodse afkomst. Gaandeweg zijn leven, studies en werkzaamheden is hij steeds meer in aanraking gekomen met weeskinderen en heeft uiteindelijk ook zelf een weeshuis opgezet. In de jaren 1911 / 1912 was hij de directeur van zijn eerste eigen weeshuis, Dom Sierot. Door zijn aanpak met de kinderen werd hij een beroemder pedagoog en kinderarts.

Tijdens de eerste wereldoorlog werd Korczak een militair arts, de rang van luitenant in het Russische leger. Maar in zijn vrije tijd bleef hij pedagogische essays schrijven. Na de oorlog keerde hij terug naar Warschau.

Toen de tweede wereldoorlog in 1939 uitbrak, meldde Korczak zich bij het Poolse leger. Destijds was hij zestig jaar oud en hij werd afgekeurd om in het leger te dienen. Hij moest toezien hoe de Polen en dan voornamelijk de Joden minachtend werden behandeld door het Duitse ‘Herrenvolk”. Toen de nazi’s in 1940 het Getto van Warschau creeerde, werd hij gedwongen zijn weeshuis naar de getto te verhuizen. Korczak ging bij het weeshuis inwonen.

Op 5 augustus 1942 kwamen Duitse soldaten de 192 (of 196) weeskinderen ophalen en ongeveer een dozijn stafleden om hun naar het vernietigingskamp Treblinka te brengen. Korczak hoefte niet mee te gaan wegens zijn militaire achtergrond, maar hij sloeg het aanbod om achter te blijven meerdere keren af. Hij zei geen afstand te zullen doen van zijn kinderen. Bij het vertrek werden de kinderen in hun mooiste kleren gekleed en ieder droeg een blauwe knapzak met een lievelingsboek- of speeltje. Joshua Perle, een ooggetuige heeft beschreven hoe Korczak en de kinderen naar de deportatieplaats waar de treinen vertrokken naar de vernietigingskampen gingen:

…Een wonder gebeurde. Tweehonderd kinderen schreeuwden niet. Tweehonderd zuivere zielen, die ter dood worden veroordeeld, huilden niet. Niet één van hen liep weg. Niemand probeerde zich te verbergen. Als getroffen zwaluwen klampte zij zich vast aan hun leraar en mentor, aan hun vader en broer, Janusz Korczak, opdat hij hen beschermen en redden zou. Janusz Korczak liep voorop, het hoofd gebogen, met een kind aan elke hand, zonder hoed, een leren riem rond zijn middel, en hoge laarzen dragend. Enkele verpleegsters werden gevolgd door tweehonderd kinderen, gekleed in schone en keurig verzorgde kleren, alsof zij naar het altaar werden gedragen […] Van alle kanten waren de kinderen omringd door Duitsers, Oekraïners, en dit keer ook Joodse politieagenten. Dezen ranselden op hen in. De stenen van de straat huilden bij het gezicht van die processie.

“Janusz Korczak en de kinderen” in Yad Vashem


Ctrl C – Ctrl V

Henri Matisse was een beroemde kunstenaar uit de twintigste eeuw. Zijn werk is voornamelijk beroemd geworden door de sprekende kleurvoorstellingen die van het doek af komen. Naast schilder was hij ook beeldhouwer en kunst maken was zijn lust en zijn leven. Door ongelukkig noodlot werd Matisse ziek en niet veel later kwam hij in een rolstoel terecht en zat hij in bed gekluisterd. Uren voor een schildersezel staan ging niet meer en Matisse zocht een nieuwe manier om zijn creatieve expressie te uiten.

Vellen papier bestreek hij met verf. Hieruit knipte hij verschillende vormen en deze composeerde hij tot een (voor hem) mooi geheel. Hierna plakte hij ze vast en zijn nieuwe manier van kunstmaken was geboren. Matisse schilderde met schaar en lijm.

Les over de slavernij

Luid gejuich toen de kinderen hoorden dat ik de les geschiedenis ging geven. Op een of andere manier vinden ze dat helemaal geweldig. Tevens waren ze diep onder de indruk van mijn Prezi. Nou, dat deed me in ieder geval goed! Op mijn beurt was ik diep onder de indruk van wat de kinderen allemaal al wisten. Heeeele slimme kinderen! Toch vond ik het best ‘eng’ om deze les te geven. 30 leerlingen, 3 verschillende klassen, namen die ik niet wist… Al met al ging het heel goed en vonden ze het erg leuk dat ik beeldvormers mee had genomen.

Volgende week geef ik het vervolg op de les. Heb er nu al zin in!

Prezi slavernij

 

Uit de Nieuwe Wereld 2

Antonin Dvorak was docent aan het Praagse conservatorium. Sinds 1895 brak hij met Praag en zijn docentschap en vertrok hij naar Amerika. Hier werd hij directeur van het door Jeanette Thurber gestichte National Conservatory in New York City. Naast zijn werk voor het conservatorium vond hij ook tijd om te dirigeren en vooral voor het componeren. Zo ontstonden meerdere Amerikaanse werken, waarvan de bekendste zijn negende symfonie is, Uit de Nieuwe Wereld.

Met het begrip de Nieuwe Wereld worden de continenten bedoeld die door de Europeanen vanaf 1492 werden ontdekt. Het woord ‘Nuovo Mundo’ werd door de ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci voor het eerst gebruikt, om aan te duiden dat zijn voorganger Christoffel Columbus (in tegenstelling tot wat hij zelf dacht) niet Azie had bereikt via de westelijke route, maar een geheel Nieuwe Wereld. Met het begrip de Oude Wereld worden Europa, Afrika en Azie bedoeld.

Hoewel ook Australie en Antarctica na 1492 zijn ontdekt, worden ze niet tot de Nieuwe Wereld gerekend. Ook kunnen ze niet worden ingedeeld in de oude wereld. Hun indeling is vaak een struikelblok in de geografie van de wereld. Vaak wordt de term ‘Terra Australis’ (wat zuidelijk land betekent) gebruikt sinds de 18e eeuw.