Centra van godsdienst, wetenschap en cultuur

Rond het jaar 300 na Christus had het christendom zich stevig verankerd in het Romeinse Rijk. Bekend zijn de vreselijke verhalen over vervolgingen van de christenen in de eerste eeuwen na de dood van Jezus. Die vervolgingen hebben wel plaatsgevonden, maar niet op zo’n grote schaal als er over wordt geschreven. Ze zijn sterk aangedikt door latere christelijke geschiedschrijvers.

Keizer Constantijn de Grote erkent het christendom als geloof.

Wel is het een feit dat het christendom als godsdienst in het Romeinse Rijk over het algemeen getolereerd werd en dat deze godsdienst veel aanhangers kreeg. Onder keizer Constantijn werd het christendom in 313 officieel toegelaten en hij was ook de eerste keizer die zich liet dopen. Vanaf die tijd werden er in Europa, vooral in het zuiden, kerken gebouwd en kloosters gesticht. Kloosters speelden een belangrijke rol in de samenleving. Het waren centra van godsdienst, wetenschap en cultuur.

Na deze eerste bloeitijd van het christendom in Europa, volgde een periode van verval. Vanaf het jaar 400 werd het Romeinse Rijk belaagd door allerlei ‘barbaarse’ volken die vanuit het oosten werden opgejaagd. De periode die volgde staat in de geschiedenis bekend als de periode van de volksverhuizingen. De Romeinen konden hun grote rijk niet beschermen en trokken zich terug. Het West-Romeinse Rijk verdween. Het Oost-Romeinse Rijk (Byzantium) bleef bestaan, met het christendom als belangrijkste godsdienst.

De volksverhuizingen

In Europa vestigden zich nieuwe volkeren: Franken, Saksen, Vandalen, Goten. Zij trokken al plunderend rond en verwoestten de steden, kerken en kloosters. Het was een tijdelijke inzinking. In Groot-Brittannie en vooral Ierland waren de kloosters gespaard gebleven en van daaruit begon rond 500 een nieuwe kerstening van Europa. Het succes was vooral te danken aan het feit dat de Frankische koningen zich bekeerden.

Advertenties

Snegoerka

In de categorie volksverhalen, sagen en vertellingen. Hier een sprookje uit Rusland over Snegoerka, het sneeuwpopmeisje.

Er was eens een boer die Iwan heette en zijn vrouw heette Maroesja. Zij waren al heel wat jaren getrouwd, maar zij hadden geen kinderen. Dat vonden zij verschrikkelijk. Zij keken vaak hoe de kinderen van de buren speelden; dat was hun enige vreugde.

Op een mooie winterdag, toen het ’s nachts lang had gesneeuwd, keken Iwan en zijn vrouw naar de buurkinderen die lachend in de sneeuw speelden. De kinderen waren een sneeuwpop aan het maken en Iwan en Maroesja vonden het leuk om te zien hoe de pop steeds groter en mooier werd. Opeens zei Iwan: “Vrouw, laten we naar buiten gaan en ook een sneeuwpop maken!” – “Waarom niet?” zei Maroesja. “Wij mogen ook wel eens een pleziertje hebben. Maar waarom zouden we een grote sneeuwpop maken? Laten we een sneeuwkindje maken, nu God ons geen levend kindje heeft gegeven.” – “Dat is een goed idee,” zei Iwan tegen Maroesja en samen gingen zij naar buiten.

En in de tuin, vlak bij hun huisje, gingen zij aan het werk. Zij maakten een klein lijfje en kleine handjes en kleine voetjes. Toen dat was gebeurd, rolden ze een sneeuwbal en maakten daar een hoofdje van. “De hemel zegene jullie,” zei een voorbijganger. “Dank je,” antwoordde Iwan. “De hulp van de hemel is altijd goed om te ontvangen,” zei Maroesja vroom. “Wat zijn jullie aan het doen?” vroeg de voorbijganger. “We maken een sneeuwmeisje,” zei Maroesja.

Zij maakten twee kleine holten in het hoofdje, die de ogen moesten voorstellen en zij maakten ook nog een lief klein neusje en een kinnetje. En toen zij klaar waren – o, het was haast niet te geloven toen bewoog het kleine sneeuwpopmeisje! Iwan voelde een warme adem uit haar mond komen. Hij deed een stap achteruit en keek: de stralende ogen van het sneeuwmeisje waren blauw en haar lippen, nu roze gekleurd, krulden in een lieve glimlach.

“Wat gebeurt hier?” riep Iwan uit en hij sloeg een kruis. Het sneeuwmeisje boog haar hoofd en de sneeuw viel van haar nu blonde haar, dat om haar zachte ronde wangen krulde. Zij bewoog haar armpjes en beentjes alsof ze een echt meisje was. “Iwan! Iwan!” riep Maroesja huilend van blijdschap. “De hemel heeft onze gebeden verhoord.” Ze sprong op het meisje toe en overdekte het met kussen. “O, Snegoerka, mijn eigen lief sneeuwmeisje,” snikte zij en zij droeg het kind naar binnen.

Iwan had heel wat moeite om van zijn verbazing te bekomen en Maroesja werd haast gek van vreugde. Met het uur werd Snegoerka het sneeuwmeisje groter en mooier. De man en de vrouw konden hun ogen niet van het kind afhouden. In het kleine huisje, waar het altijd zo triest was geweest, was het nu vol leven en vrolijkheid. Alle buurkinderen kwamen met het sneeuwmeisje spelen. Ze babbelden met haar en leerden haar alle liedjes die zij kenden. Het sneeuwmeisje was erg knap. Ze lette goed op en leerde heel vlug. Zij was gehoorzaam, vriendelijk en erg lief. En zij praatte met zo’n lief stemmetje dat je er wel altijd naar zou willen luisteren. Zij speelde met de kinderen in de sneeuw en die zagen hoe goed haar handjes dingen van sneeuw en ijs konden maken. Maroesja zei: “Wat heeft de hemel ons na al die jaren toch gelukkig gemaakt.” – “De hemel zij gedankt,” zei Iwan.

Toen begon het lente te worden en de zon verwarmde de aarde. De sneeuw smolt, op de velden kon je het groene gras alweer zien en de leeuwerik zong zijn lied hoog in de lucht. De meisjes uit het dorp zongen:

“Lieve Lente, hoe ben je gekomen?
Hoe ben je bij ons gekomen?
Ben je op een eg of een ploeg gekomen?”

Alle kinderen waren blij dat de winter voorbij was en zongen en dansten, maar het sneeuwmeisje werd steeds bedroefder. Maroesja nam haar op schoot en vroeg: “Wat heb je toch, lief kind? Ben je soms ziek? Waarom ben je niet vrolijk.” – “Maakt u zich maar geen zorgen om mij, moeder,” antwoordde Snegoerka. Ik ben heus wel in orde.”

Toen was de sneeuw overal gesmolten en verdwenen. In alle velden en tuinen bloeiden bloemen. In het bos zongen de nachtegalen het hoogste lied. Iedereen was opgewekt, behalve het sneeuwmeisje; zij werd steeds stiller en treuriger. Zij liep weg van haar vriendjes en vriendinnetjes en verstopte zich in donkere hoeken, als een schuwe bloem onder de bomen. Het liefst speelde zij bij het water, onder schaduwrijke treurwilgen. ’s Nachts was zij het gelukkigst, of als er een storm woedde, zelfs als het een hevige hagelstorm was. Maar als de hagel gesmolten was en de zon weer doorkwam dan begon zij te huilen.

Het werd zomer, het koren rijpte en het zou niet lang meer duren of het feest van Sint-Jan zou gevierd worden. De buurkinderen vroegen of Snegoerka met hen meeging naar het bos om bessen en bloemen te plukken. Het sneeuwmeisje zei dat zij liever thuis bleef, maar de moeder drong erop aan dat ze meeging, hoewel ook zij zich angstig voelde. “Ga spelen, mijn liefje,” zei zij. “En jullie, kinderen, let goed op haar. Je weet hoeveel mijn man en ik van haar houden.”

In het bos plukten de kinderen bloemen en vlochten er kransen van. Het was warm en ze renden zingend rond, elk met een bloemenkroon op het hoofd. “Kijk eens naar ons!” riepen ze. “Kom met ons spelen. Ga toch mee!” Zingend en huppelend liepen ze verder. Opeens hoorden zij achter zich een zucht. De kinderen draaiden zich om, maar er was niets te zien, alleen een hoopje sneeuw dat vlug srnolt. Het sneeuwmeisje was nergens te bekennen. De kinderen gingen haar zoeken en riepen haar naam, maar zij kregen geen antwoord. “Waar zou Snegoerka zijn? Misschien is ze naar huis gegaan,” zeiden ze.

Ze holden terug naar het dorp, maar daar had ook niemand haar gezien. Toen gingen alle mensen uit het dorp haar zoeken en de volgende dag zochten zij ook en de dag daarna ook. Ze liepen door het bos en ze keken onder elke struik, maar ze konden geen spoor van het meisje ontdekken.

Iwan en Maroesja dachten dat hun hart zou breken van verdriet en nog vele weken riep Maroesja huilend: “Snegoerka, mijn lief sneeuwmeisje, kom toch bij me!” Soms dachten de man en de vrouw dat zij de stem van hun kind konden horen. Misschien zou zij wel bij hen terugkomen als het weer ging sneeuwen…

Cultuureducatie in de regio’s

Gisteren kregen we op school via twee gastlessen ingewikkelde verhalen te horen over de financien en organisatie rondom CultuurEducatie in Zeeland.

Zeeland is onderverdeeld in drie regio’s; de Oosterschelderegio, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen. In deze drie regio’s zijn er grote verschillen te vinden. Als je als basisschool wilt weten welke culturele activiteiten er zijn in jouw regio en waar je deze kunt aanvragen, handel je per regio anders.

Oosterschelderegio: in deze regio is het allemaal wat minder georganiseerd. Als ICC-er van een basisschool kun je via een website of een boekje kijken welk cultuuraanbod er in dat schooljaar is en daar moet je je zelf voor inschrijven. Sommige aanbiedingen zullen dus nooit gekozen worden en anderen worden overladen met aanmeldingen.

Walcheren: deze regio kun je zien als een “tussen-regio”. Het is hier beter geregeld dan in de Oosterschelderegio, maar nog niet zo goed als in Zeeuws-Vlaanderen. Wel gaan ze hier de goede kant uit. In Walcheren zit natuurlijk een groot centraal punt voor Cultuur(Educatie), Middelburg. Naast cultuurmenu’s voor verschillende regio’s (Middelburg, Vlissingen en Veere), zijn er ook vele leskisten te vinden die circuleren langs de basisscholen.

Zeeuws-Vlaanderen: in deze regio is het allemaal goed geregeld. Ze werken hier door middel van cultuurmenu’s. Maar wat zijn eigenlijk die cultuurmenu’s?

Het cultuurmenu is een programma-aanbod op het gebied van kunst, cultuur en cultureel erfgoed bestemd voor het primair onderwijs.  Per schooljaar krijgen de scholen per groep twee activiteiten aangeboden. Op deze manier maken de leerlingen kennis met allerlei verschillende kunstvormen en cultuur zoals literatuur, dans, drama, cultureel erfgoed, muziek, beeldende kunst en audiovisuele vorming.

Met het cultuurmenu bieden we de leerlingen van de basisschool een uitgebalanceerd en gevarieerd cultureel en kunstzinnig programma aan. Er wordt gewerkt volgens een schema waardoor de leerlingen nadat ze de school verlaten kennis hebben gemaakt met alle disciplines zoals hierboven vermeld. De activiteiten vinden vaak op school plaats, dan komt bijvoorbeeld een gastdocent langs op school of er is een voorstelling in de klas. Voor sommige activiteiten gaan de leerlingen naar het theater en ook diverse musea in de streek worden door de leerlingen bezocht.

Bron: Schrijver onbekend. Centra voor kunst en cultuur – Zeeuws Vlaanderen. Geraadpleegd op 9 maart 2012, via http://www.cultuureducatiezeeland.nl/centra/zeeuws_vlaanderen

Leiden

Gisteren ben ik met mijn zus naar Leiden geweest, om cultureel en historisch bezig te zijn. Nou, dat is goed gelukt! Natuurlijk heb ik van tevoren opgezocht wat er zoal te doen was. Er zijn tal van dingen te doen in Leiden, maar dat is teveel voor in 1 dag. Dus ik had besloten dat we de Leidse Loper zouden gaan lopen, naar het Rijksmuseum der Oudheden zouden gaan en -natuurlijk- zouden gaan shoppen.
De Leidse Loper is een wandelroute door de oude binnenstad van Leiden en duurt ongeveer 2 uur. Deze route staat via borden met informatie aangegeven en voor de iPhone is er een app met luisterfragmenten en extra informatie. Deze route was erg mooi, maar soms ook heel onduidelijk!
Het Rijksmuseum der Oudheden sloot enorm goed aan op mijn andere minor. Alle stof dat behandeld was, zag ik in het museum terug, ge-wel-dig!
Ik heb het enorm naar mijn zin gehad, zo’n dagje “cultuur snuiven”. Dat moet ik vaker doen!

20120229-093134 PM.jpg
gebouw van de universiteit van Leiden

Mijn nulmeting

De presentatie die we in de les moesten geven – de nulmeting van mijn cultureel beleven. Het is een persoonlijk resultaat van mijn opvattingen over kunst en cultuur. Zonder bijhorend verhaal is het misschien een mooi plaatje, maar niet compleet.

Mijn ik-presentatie

We kregen de opdracht om een presentatie te maken over je eigen culturele opvattingen. Hiervoor moest je drie componenten verwerken tot een geheel. Deze drie waren: een kunstwerk, je stepping stones en een getrokken letter.

In mijn presentatie vind je deze dingen terug. Het kunstwerk is de Big Ben. De meeste mensen denken dat de toren bij the Houses of Parliament de Big Ben heet, maar dit is niet waar. De Big Ben is de grote klok die achter de wijzerplaat hangt. Langzamerhand is in de volksmond -en de toeristische mond- deze naam voor de toren erin gekropen.

De getrokken letter was de letter F. Deze heb ik gebruikt voor het woord fenominaal. Telkens wanneer ik (en waarschijnlijk ook anderen) kunst en cultuur opsnuif, verwonder ik mij weer over de fenominale dingen die er bestaan in deze wereld. Mensen kunnen zo kundig zijn met hun handen, hun gedachten of met woorden.

De stepping stones vind je terug in de vorm van de woorden. Er zitten veel woorden in die met mij te maken hebben. Geschiedenis is ondertussen een belangrijk punt in mijn leven. Op de basisschool en de middelbare school vond ik dit vak juist stom. Ik wilde er niks van weten, maar thuis keek ik vaak naar Discovery Channel. Daar zag ik mooie programma’s over nog mooiere onderwerpen. Ik ben toen zelf op zoek gegaan naar informatie en dit is niet meer opgehouden. De geschiedenisdocenten en -lessen op de Pabo hebben mij er ook toe aan gezet om de minor Leraar Voortgezet Onderwijs Geschiedenis te gaan doen.

Een andere belangrijke stepping stone voor mij is cultuur opsnuiven in musea, mooie oude steden en in de literatuur. Ik ga graag op citytrips naar London, wat ik een geweldige stad vind. Hier zie je zoveel mooie gebouwen met geweldige verhalen erachter. Ook ben ik in Stockholm geweest, waar het vasa museet staat. Ook dit museum heeft een enorme indruk op mij gemaakt en is een echte aanrader als je ooit Stockholm gaat bezoeken. Qua literatuur denk ik vooral aan mijn enorm gevulde boekenkast met engelstalige boeken. Ik houd van lezen (doe het op dit moment niet wegens te weinig tijd) en kan boeken ook echt verslinden.

Mijn presentatie is “minimalistisch”, dat wil zeggen; hij is simpel gehouden, net zoals ik ben. Ik hoef geen hele poespas, maar strakke lijnen trekken mij meer. De boodschap die ik wil overbrengen met mijn presentatie en het lied (Fall Out Boy – Tiffany Blews) is dat een ieder uniek is en een unieke kijk heeft op wat cultuur is. En deze dingen moeten wij respecteren.

Cultuur opsnuiven

Cultuur opsnuiven… er zijn zoveel verschillende manieren om cultuur op te snuiven. En ieder doet zich op zijn eigen, voor jezelf prettige, manier. Je kunt naar een concert gaan van je favoriete band, of naar een musicalvoorstelling, of toch liever een bioscoopje pakken en genieten van het grote scherm, musea afstruinen en alles in je opnemen, door de stad rondlopen en er proberen achter te komen wat bepaalde materiele cultuurobjecten zijn, waar ze vandaan komen, door wie ze gemaakt zijn, waarom ze daar zijn….

Mijn hoofd loopt ondertussen over van cultuur. En dat komt natuurlijk ook omdat cultuur overal is. Het zijn de tastbare dingen om je heen, maar ook gevoelens en overtuigingen in mensen zelf. Alle culturen verschillen, maar ook alle opvattingen over deze culturen verschillen. In iedere cultuur heeft het begrip cultuur een andere betekenis. Net zoals het feit dat iedereen cultuur op een andere manier opsnuift.

Cultuur educatie

Cultuureducatie laat mensen kennismaken met kunst- en cultuuruitingen en verdiept het inzicht daarin. De ruimste omschrijving van cultuureducatie is: alle vormen van educatie waarbij cultuur als doel of als middel wordt ingezet.

Cultuureducatie wordt in de praktijk ook wel gehanteerd als verzamelbegrip voor kunsteducatie, erfgoededucatie en media-educatie. Literatuureducatie wordt daarbij soms nog apart vermeld. (http://www.cultuurnetwerk.nl/cultuureducatie/wat_is_cultuureducatie.html)

Uiteraard valt niet ieders interesse onder alle kopjes evenredig te verdelen. De een neigt meer naar kunsteducatie en de ander meer naar literatuureducatie. In de lessen van de minor CultuurEducatie zal ik ondervinden welke mij het beste ligt, wat ze allemaal inhouden en hoe ik mij er mee bezig kan houden met de kinderen op de basisschool.