Nooit meer haat

Janusz Korczak was een beroemd kinderarts, pedagoog en kinderboekenschrijver. Hij was van Joodse afkomst. Gaandeweg zijn leven, studies en werkzaamheden is hij steeds meer in aanraking gekomen met weeskinderen en heeft uiteindelijk ook zelf een weeshuis opgezet. In de jaren 1911 / 1912 was hij de directeur van zijn eerste eigen weeshuis, Dom Sierot. Door zijn aanpak met de kinderen werd hij een beroemder pedagoog en kinderarts.

Tijdens de eerste wereldoorlog werd Korczak een militair arts, de rang van luitenant in het Russische leger. Maar in zijn vrije tijd bleef hij pedagogische essays schrijven. Na de oorlog keerde hij terug naar Warschau.

Toen de tweede wereldoorlog in 1939 uitbrak, meldde Korczak zich bij het Poolse leger. Destijds was hij zestig jaar oud en hij werd afgekeurd om in het leger te dienen. Hij moest toezien hoe de Polen en dan voornamelijk de Joden minachtend werden behandeld door het Duitse ‘Herrenvolk”. Toen de nazi’s in 1940 het Getto van Warschau creeerde, werd hij gedwongen zijn weeshuis naar de getto te verhuizen. Korczak ging bij het weeshuis inwonen.

Op 5 augustus 1942 kwamen Duitse soldaten de 192 (of 196) weeskinderen ophalen en ongeveer een dozijn stafleden om hun naar het vernietigingskamp Treblinka te brengen. Korczak hoefte niet mee te gaan wegens zijn militaire achtergrond, maar hij sloeg het aanbod om achter te blijven meerdere keren af. Hij zei geen afstand te zullen doen van zijn kinderen. Bij het vertrek werden de kinderen in hun mooiste kleren gekleed en ieder droeg een blauwe knapzak met een lievelingsboek- of speeltje. Joshua Perle, een ooggetuige heeft beschreven hoe Korczak en de kinderen naar de deportatieplaats waar de treinen vertrokken naar de vernietigingskampen gingen:

…Een wonder gebeurde. Tweehonderd kinderen schreeuwden niet. Tweehonderd zuivere zielen, die ter dood worden veroordeeld, huilden niet. Niet één van hen liep weg. Niemand probeerde zich te verbergen. Als getroffen zwaluwen klampte zij zich vast aan hun leraar en mentor, aan hun vader en broer, Janusz Korczak, opdat hij hen beschermen en redden zou. Janusz Korczak liep voorop, het hoofd gebogen, met een kind aan elke hand, zonder hoed, een leren riem rond zijn middel, en hoge laarzen dragend. Enkele verpleegsters werden gevolgd door tweehonderd kinderen, gekleed in schone en keurig verzorgde kleren, alsof zij naar het altaar werden gedragen […] Van alle kanten waren de kinderen omringd door Duitsers, Oekraïners, en dit keer ook Joodse politieagenten. Dezen ranselden op hen in. De stenen van de straat huilden bij het gezicht van die processie.

“Janusz Korczak en de kinderen” in Yad Vashem


Advertenties