Sonnet

Light a fire and write a sonnet,
Pin your hopes and your dreams upon it

Een sonnet  of klinkdicht is een veertienregelig metrisch gedicht. Het is door de eeuwen heen waarschijnlijk de populairste dichtvorm in de westerse letterkunde. Shakespeare was een van de beroemde schrijvers die veelvuldig gebruik maakte van sonnets. In 1609 kwam in Londen een bundel uit met 154 sonnetten en een langer gedicht, alles onder de naam Shake-speares Sonnets. En zo had Engelands grootste toneeldichter ook een van de mooiste en fascinerendste sonnettenreeksen van zijn tijd geschreven. Shakespeares sonnetten zijn voornamelijk geschreven in een metrum genaamd jambische pentameter, een rijmschema waarin elke sonnetregel bestaat uit tien lettergrepen. De lettergrepen zijn verdeeld in vijf paren, jambes genoemd, waarbij elk paar begint met een onbeklemtoonde lettergreep.

From fairest creatures we desire increase,
That thereby beauty’s rose might never die,
But as the riper should by time decease,
His tender heir might bear his memory:
But thou contracted to thine own bright eyes,
Feed’st thy light’s flame with self-substantial fuel,
Making a famine where abundance lies,
Thy self thy foe, to thy sweet self too cruel:
Thou that art now the world’s fresh ornament,
And only herald to the gaudy spring,
Within thine own bud buriest thy content,
And, tender churl, mak’st waste in niggarding:
Pity the world, or else this glutton be,
To eat the world’s due, by the grave and thee.

Advertenties

Verdronken land

En altijd weer is er land dat verdrinkt en zinkt in de oneindige droomschoot van de zee –
waar geschiedenis zichzelf schrijft en rust in wiegende diepzee-archieven.
Geschiedenis met ogen van de eeuwigheid, niet als jij en ik met die kleinmazige menselijke blik.

Het was toen, het is nu, het is straks –
de zee schreeuwt met duizenden monden en zij proeft de tranen van dorpen, van steden, van land –
een mens liep daar, een kind –
maar ook jij en ik –
nog zijn wij eindig en verliezen wij land, ons land, steeds weer.

Nat op nat, glinsterend, witschuimend schrijft de zee
aan de randen van Land in het boek van de aarde
over Noach, de zondvloed en over al het land dat de zee zag en nam.
Waar het eindigt, niemand die het weet –
vraag het de kleurenschietende regenboog, vraag het de zee.

Marijke van der Weel

Het Zeeuwse kustgebied telt naar verhouding de meeste verdronken nederzettingen van Europa. Het gaat om kerkdorpen uit de periode van 900 tot 1500. Ze zijn weggevaagd door het water, veelal als gevolg van een stormvloed. Soms ‘verdrinkt’ een dorp meerdere keren. Het wordt dan op dezelfde plaats of een eindje verderop hersticht, of door zijn inwoners verlaten. Sporen in het landschap, bodemvondsten, archiefmateriaal, kaarten en geschriften herinneren ons aan het leven in inmiddels verdwenen woonplaatsen.

Concrete jungle

Tall blank faced concrete giants loom above the lanscape like static watchmen of all.
Remaining rigid day and night never ever to fall.
Black tarmac rivers flow.
In place of where the grass used to grow.
Houses spread like a brick disease.
In there wake destroying all the fields and trees.
Humans struggles on an endless journey of self improvement.
Claiming countless victims for its new aged movement.
Why cant we leave our bricks and mortar.
Take care of the land is it really ours to slaughter?

Bron: (http://www.poetry.com/poems/169748)

Goudse kaas

Meester raaf zat in een eikenboom.
Hij klemde in zijn bek een heerlijk brokje kaas uit Gouda.
Meester vos, gelokt door deze droom
Van geur, keek op en sprak: “Doctor honoris causa,
U met uw wijs en alziend oog
En met uw glanzend zwarte toog,
Als ook uw stemorgaan zo mooi is als uw veren
dan moet toch ieder dier u als een feniks eren!”

Meester raaf, ontroerd door zoveel eer,
Wipte van tak tot tak en boog zich wat naar voren,
Keek toen trots over zijn snavel neer
Op meester vos en om zijn stem te laten horen
Gaapte hij met zijn bek héél wijd.
Maar ja, de kaas was hij toen kwijt.
Hij hapte er nog naar, keek treurig naar beneden.
De vos pakte zijn prooi en fleemde toen tevreden:

“Denk eraan, mijn waarde heer,
Elke vleier schenkt zijn eer
Aan door ’t lot verwende vrinden
Die zichzelf belangrijk vinden.
Deze wijze les, helaas,
Kost u wel dit brokje kaas!”
Beschaamd verborg de raaf zich in de eikentakken
En kraste toen wat laat: “Mij zul je niet meer pakken!”

Jean de La Fontaine

Shanty

“I’ll tell you tale of vampirates,
A tale as old as true.
Yea,ll sing you a song of an ancient ship
Thats sails the ocean blue- that haunts
the ocean blue.
The vampirate’s ship has tattered sails
That flap like wings in flight.
They say that the captain, he wears a veil,
So as to curtail your fright
At his death-pale skin
And his lifeless eyes
And his teeth as sharp as night.
Oh, they say that the captain, he wears a veil
And his eyes never see the light.
You’d better be good, child- good as gold,
As good as good can be.
Else I’ll turn you in to the vampirates
And wave you out to sea.
Yes, you’d better be good, child, good as gold,
Because- look!
Can you see?
There’s a dark ship in the harbor tonight
and there’s plenty of room for thee!
Well, if pirates are bad,
And vampires are worse,
Than I pray that as long as I be
That though I sing of Vampirtes
I never one shall see.
Yea, if pirates are danger,
And vampires are death.
I’ll extend my prayer for thee –
that shall never see a vampirate.”

Vampirates (boek) – Justin Somper

Stad zonder hart

Rotterdam is, net als Middelburg, in de tweede wereldoorlog compleet plat gebombardeerd. Zonde van zo’n mooie stad. Van deze bombardering is een symbolisch beeld gemaakt. Het monument heet De verwoeste stad, maar is beter bekend als Jan Gat.

Stadsgedicht 14 mei 1940

Ze verbrandden steden als grofvuil.
Hun handen hingen schuil achter helse
machines. Rouwnagels zonder rouw.

Geen graven. Alleen raven als roet.
En rook voor de zon.

Pijn verdicht tot een stille schreeuw
blijft voorgoed in ons haken.
Ik ken die schreeuw. Wie zijn

verleden niet kent,
begrijpt de toekomst niet.

Glimlachend ademt de stad.
Bij het slaande hart waar ooit een gat was,
bij deze smekende armen, zweren we nu.

De woorden zijn gloeiende
gloeiende kooltjes in ons oog:
nooit    meer    haat

Jana Beranova

Chaos

Stel je eens een wereld voor
Een wereld vrij van chaos en oorlog
Maak een innerlijke revolutie door
Zonder list en bedrog

Fantaseer over gebeurtenissen
En droom lekker een dag weg
Moeten we naar de waarheid vissen?
Of zijn heldenverhalen ons boekbeleg

Moeten wij alle feiten weten
Of kunnen we ook een beetje liegen, misschien
Willen we wel weten hoe de mensen heten
En hoe zij de wereld hebben gezien

Zit onze geschiedenis vol met helden
Of hebben wij meer zwarte bladzijden
Die wij koste wat het kost willen ontgelden
En het liefste willen vermijden

Maar het hoort bij ons leven
Wij hebben er tenslotte zelf aan meegedaan
En al behandel je het maar heel even
Je hebt voor je gevoel goed gedaan

“Those who cannot remember the past are condemned to repeat it.” – George Santayana

Nostalgie

Dit is de spin Sebastiaan
Het is niet goed met hem gegaan

Luister!

Hij zei tot alle and’re spinnen:
Vreemd ik weet niet wat ik heb,
maar ik krijg zo’n drang van binnen
tot het weven van een web.

Zeiden alle and’re spinnen:
O, Sebastiaan, nee Sebastiaan
kom, Sebastiaan, laat dat nou,
wou je aan een web beginnen
in die vreselijke kou??

Zei Sebastiaan tot de spinnen:
’t web hoeft niet zo groot te zijn,
’t hoeft niet buiten, ’t kan ook binnen
ergens achter een gordijn

Zeiden alle and’re spinnen:
O, Sebastiaan, nee Sebastiaan,
toe, Sebastiaan, toom je in!
Het is zò gevaarlijk binnen,
zò gevaarlijk voor een spin.

Zei Sebastiaan eigenzinnig:
Nee, de drang is mij te groot.
Zeiden alle and’ren innig:
Sebastiaan, dit wordt je dood!

O, o, o, Sebastiaan…
Het is niet goed met hem gegaan…

Door het raam klom hij naar binnen.
Eigenzinnig! En niet bang!
Zeiden alle and’re spinnen:
Kijk, daar gaat hij met zijn drang!

Na een poosje werd toen even
dit berichtje doorgegeven:

Binnen werd een moord gepleegd.
Sebastiaan is opgeveegd.