Stage voor de minor

Tijdens de minor cultuureducatie moesten wij een stage lopen op een basisschool die aangesloten was bij de kinderkunstweek. Hieronder vind je mijn overzicht van uitgevoerde activiteiten. Verdere uitleg over de activiteiten kun je vinden in andere posts.

20 maart

Kinderkunstweek

Grote opening van het project in de hal van de school. Hierbij wordt een verhaal voorgelezen voor alle groepen.

De eerste opdracht van het project: een les geven over Victor Vasarely.

21 maart

Kinderkunstweek

Grote opening van de kinderkunstweek op het abdijplein. Ik ga mee als begeleider van mijn eigen stagegroep.
23 maart

Kinderkunstweek

Gastles van een kunstenares over evenwicht. Hierbij assisteer ik de kunstenares, help ik de leerlingen en loop ik rond om te observeren.
26 maart

Kinderkunstweek

Flashmob op het schoolplein waarmee mijn groep begint. Hoeveel kinderen zullen er mee gaan doen?

Tweede gastles van een kunstenares over beweging. Hierbij assisteer ik de kunstenares, help ik de leerlingen en loop ik rond om te observeren.

27 maart

Kinderkunstweek

Bezoek aan het atelier van Marinus Boezem.

De tweede opdracht van het project: een les geven over Jean Tinguelly.

13 maart Bezoek aan het Zeeuws Museum met het project “in het spoor van de VOC”.
17 april Observeren van een les geschiedenis.

Observeren van een les muziek.

24 maart Geven van een les geschiedenis – Michiel de Ruyter.

Observeren van een les muziek.

8 mei Geven van een les geschiedenis – slavernij.

Geven van een les muziek – boomwhackers.

15 mei Geven van een les geschiedenis – tweede les slavernij.

Geven van een les muziek – I like the flowers.

22 mei Observeren van een les geschiedenis.

Geven van een les muziek – tweede les boomwhackers.

5 juni Geven van een les geschiedenis – ontdekkingsreizen.

Geven van een les muziek – de verliefde stieros.

12 juni Geven van een les geschiedenis – de franse revolutie.

Geven van een les muziek – hoepel op Jack.

15 juni Afnemen interview voor het onderzoek.

Informatie over de ICC’er.

Inkijken cultuurbeleidsplan van een andere school.

Advertenties

Don’t treat me so mean

Aangezien ik van nature een aanleg heb om a-muzikaal te zijn, vind ik het des te knapper van de muzikale wondertalenten die de wereld bezit en in memorie houdt. Vandaag gaf ik zowel de geschiedenis als muziekles op mijn stage (de geschiedenisles is in de vorige post te vinden). De muziekles ging over een uit het Engels naar Nederlands vertaald nummer van Ray Charles. Catchy beat, vlottende tekst, al met al een heel leuk lied om te zingen: Hoepel op Jack. Leuk detail is dat de kinderen helemaal gek waren van het originele nummer: Hit the road Jack.

Nu vroegen de kinderen zich af waarom deze man “zo gek” deed. Ray Charles is vanaf zijn zevende compleet blind door glaucoom, hierbij zit er een verhoging in de druk van de oogbol. Wanneer dit onbehandeld blijft, kan dit leiden tot blindheid. Nu is het uiteraard ontzettend knap dat een blinde op zo’n hoog niveau uitstekende muziek kan produceren. Dus ik ben op zoek gegaan naar andere blinde, of slechtziende componisten en / of zangers. Er blijken nogal wat bekende mensen tussen te zitten.

Een van de andere (bij mij bekende) blinde zangers is natuurlijk Andrea Bocelli. Dat geluid, de concentratie, de muziek… het is gewoon mooi om naar te luisteren. Ook hij werd niet blind geboren, maar wel slechtziend. Vanaf zijn twaalfde was hij volledig blind. Wanneer een van de zintuigen weg valt (in dit geval het zicht) worden de andere zintuigen versterkt. Deze mensen hebben de muziek die zij maken eigen gemaakt.

Dan volgt er nog een bekende, hedendaagse zanger: Stevie Wonder. Het is een heus wonder dat deze man nog leeft, want hij was bij zijn geboorte een prematuur dat in de couveuse lag. De couveuse heeft er overigens ook voor gezorgd dat hij blind is, door de hoge zuurstofconcentraties.

Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) was een Duitse componist die als gevolg van ouderdomsdiabetes slechtziend en uiteindelijk blind werd aan het eind van zijn leven. Hij heeft het grootste gedeelte van zijn leven normaal kunnen zien, maar ook tijdens het einde van zijn leven bleef hij zich bezig houden met de muziek.

Vrijheid, gelijkheid en broederschap

Lodewijk XIV was (volgens zijn tijdgenoten) een erg knappe, charmante man. Hij was voor die tijd wat klein, maar wist dit te verbergen door schoenen met hoge hakken te dragen en een grote pruik op te zetten. Hij woonde met zijn gezin in het grote paleis in Versailles, dat zo’n 600 meter lang was, 2143 ramen telde en in de tuin waren maar liefst 400 fonteinen te vinden. In het 18e eeuwse Frankrijk was het de normaalste zaak van de wereld dat mannen hun eigen hoofdhaar afschoren om grote pruiken te dragen. Met de hygiene was het in die tijd zeer slecht te stellen. Mensen wasten zichzelf niet en de rijke adel spoot dan ook zeer veel parfum op om nare geurtjes te maskeren.

Het paleis van Versailles, gezien vanaf de achterkant.

In de tijd van het koningschap waren er drie standen in Frankrijk. Tot de eerste stand behoorden de geestelijken, priesters en monniken. Zij waren belangrijk voor de koning en hoefden daardoor geen belasting te betalen. Ze mochten deze echter wel zelfstandig heffen. De tweede stand bestond uit de adel: hertogen, grafen en baronnen. Zij waren rijk, maar hoefden geen belasting te betalen aan de koning. Zij bezaten de meeste grond en leefden in luxe. Zij kwamen op de feesten in het paleis van Versailles. Om ervoor te zorgen dat de adel trouw bleef aan de koning, overlaadde hij hen met cadeautjes, erebaantjes en privileges. De derde stand bestond uit de gewone burgerij, kooplieden, boeren, ambachtslieden, dokters en winkeliers. Zij bezaten al niet veel geld en moesten ook nog de meeste belasting betalen.

Lodewijk maakte van Frankrijk een militaire supermacht. Hij vormde een beroepsleger van meer dan 400.000 man, dat steeds direct inzetbaar was. Voor de soldaten werd goed gezorgd en zij kregen mooie militaire uitrustingen met felle kleuren. Hierdoor ontstond er een trots en sterk leger dat vele oorlogen vocht. Voor die oorlogen was er veel geld nodig. Dit moesten de armere burgers van Frankrijk betalen. Ook voor de grote feesten die de koning gaf, was veel geld nodig.

Uiteindelijk stierf Lodewijk XIV en Frankrijk bleef achter in armoede. De schatkist was leeg. Lodewijk XVI (zijn achterkleinzoon) probeerde in zijn regeerperiode de schatkist weer te vullen en Frankrijk uit de armoede te halen. Hij liet de andere standen nu ook belasting betalen. De adel was hier niet blij mee en werden ook ontevreden. Zo kwam het dat het gehele volk ontevreden was. De koning probeerde alles nog te sussen, maar het gerucht ging dat hij soldaten naar Parijs stuurde om plunderende Parijzenaars te straffen. Op 14 juli 1789 barst de bom.

14 juli 1789, de bestorming van de Bastille.

Op 14 juli 1789 bestormen Franse burgers de Bastille en dit werd het symbool voor het begin van de Franse revolutie. Vanaf deze dag begon een chaotische en zeer bloedige periode waarin het volk de koning opzij schoof en de macht van de adel en geestelijken brak. Miljoenen boeren uitten hun eeuwenlange opgekropte woede door het plunderen van landgoederen van de edelen en kloosters. Daarbij werden vele executies uitgevoerd. Om deze executies wat menselijker te maken, bedacht de arts Guillotin een valbijlconstructie waarbij de executie snel en effectief ging: de guillotine. Ook Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie Antoinette belandden uiteindelijk onder de guillotine.

Filmpje over Lodewijk XVI en Marie Antoinette

Uit Amerika was groots nieuws gekomen over een grondwet en een regering van burgers. De Franse bevolking wilde dit ook en zij maakten een eigen grondwet “Vrijheid, gelijkheid en broederschap” (Liberte, Egalite et Fraternite). Volgens het volk was dit een anonieme en populaire leuze. Frankrijk was nu een republiek.

Vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Les over de slavernij

Luid gejuich toen de kinderen hoorden dat ik de les geschiedenis ging geven. Op een of andere manier vinden ze dat helemaal geweldig. Tevens waren ze diep onder de indruk van mijn Prezi. Nou, dat deed me in ieder geval goed! Op mijn beurt was ik diep onder de indruk van wat de kinderen allemaal al wisten. Heeeele slimme kinderen! Toch vond ik het best ‘eng’ om deze les te geven. 30 leerlingen, 3 verschillende klassen, namen die ik niet wist… Al met al ging het heel goed en vonden ze het erg leuk dat ik beeldvormers mee had genomen.

Volgende week geef ik het vervolg op de les. Heb er nu al zin in!

Prezi slavernij

 

Boom whacka whacka boom!

Ook leuk: na de meivakantie ga ik een les geven over en met boomwhackers. Eerst had ik nog geen idee wat ik wilde gaan doen, maar dat komt nu steeds meer. Ik heb in ieder geval een heel leuk filmpje gevonden waarin het hele lied Pokerface (Lady Gaga) met boomwhackers wordt gedaan. Dit wordt de intro van mijn les.

muZEEum

Onder het mom van “prettige bijkomstigheid, gratis musea bezoeken” ben ik vorige week vrijdag bij het regio-overleg van Walcheren geweest in het muZEEum.

KOM er ervaar de betekenis van de zee

LEER de ziel van de Zeeuwen kennen

VERWONDER u over het roerige Zeeuwse verleden

BEWONDER de roem en glorie van Zeeland

Het muZEEum gaat over het maritieme verleden van Zeeland en het bijzonder van dat van Vlissingen. Ze zijn druk bezig met een vernieuwing door het gehele museum om het voor de bezoekers aantrekkelijker te maken. Wat ze erg mooi hebben gemaakt zijn de interactieve aanraakschermen. Het lijkt op een normale vitrine, maar wanneer je op de glasplaat drukt op de plek waar een voorwerp achter zit, dan verschijnt er in het beeldscherm informatie over dat product. Zelf vind ik overigens dat dit best slecht is aangegeven, want als me dit niet vertelt werd, was ik er nooit achter gekomen.

Ze beschikken over een zeer mooie, uitgebreide maritieme collectie en het is zeker de moeite waard om een bezoekje te brengen aan dit museum!

Kauri

Ik mag lessen gaan geven over de slavernij! Ik ben zo ontzettend enthousiast, omdat dit onderwerp niet vaak aan bod komt op de basisschool en ik er mee aan de slag mag. En het leukste: ik mag doen wat ik wil, als ik het maar betrek op Middelburg / Zeeland! Gelukkig hebben we een hele course les gehad over de slavernij en daar ga ik zeker spullen van gebruiken (het scheepsjournaal van de Geertruyda wordt mijn uitgangspunt!). Nu moet ik alleen nog aan kaurischelpjes zien te komen, want die wil ik meenemen als catchende beeldvormer!

Kaurischelpen (Cypraea moneta) zijn afkomstig uit de Indische Oceaan. De kauri is gemiddeld ongeveer twee en een halve centimeter groot en lijkt haast van porselein gemaakt. De bewoners van deze schelpjes worden dan ook porseleinslakken genoemd. De kaurischelpen doen aanvankelijk dienst als ruilmiddel op de Malediven en op Sri Lanka. Dit gebruik verspreidt zich van daar over Voor-Indië en een groot deel van Afrika en zelfs Suriname en Nederlands Nieuw-Guinea.

Bron: Schrijver onbekend. Kaurischelpen. Geraadpleegd op 24 april 2012, via http://www.geschiedeniszeeland.nl/tab_themas/themas/slavernij/handelsgoederen/kaurischelpen

De canonkaravaan 3

Voor mijn  stage bij SCEZ mag ik een stukje over mijn ervaringen met de canonkaravaan schrijven voor in de nieuwsbrief. Zo word ook ik nog eens wereldberoemd. Hierbij mijn stukje als een soort van preview!

De canon telt vijftig vensters: belangrijke personen, creaties en gebeurtenissen die samen laten zien hoe Nederland zich heeft ontwikkeld tot het land waar we nu leven. Wat me vooral bij is gebleven van de canonkaravaan is de website http://www.entoen.nu . Als (aankomend) leerkracht in het basisonderwijs kun je hier veel extra materiaal vandaan halen. Op het eerste gezicht lijkt het niet zo’n uitgebreide website, totdat je eens goed gaat rondneuzen. Dankzij deze dag heb ik nu een goed beeld van de mogelijkheden van de website. Door een duidelijke uitleg werd je er wegwijs mee gemaakt.

Je doorloopt de geschiedenis van Nederland in een chronologische volgorde door middel van concrete verhalen. De afbeelding die bij het venster hoort (bijvoorbeeld De Verenigde Oost-Indische Compagnie) slaat niet alleen op de VOC, maar op alle gebeurtenissen in die periode. Zo gaat het in dit venster om de overzeese expansie. Je opent dus een venster en vindt er een veel grotere wereld achter dan je verwacht.

Op een basisschool werk je natuurlijk met een methode en niet alle methodes zijn hetzelfde. De ontwikkelaars van de canon vinden dat iedereen kennis moet hebben van de vijftig vensters. Maar wat als dat onderwerp niet aan bod komt in de methode? Daar hebben ze iets handigs voor bedacht: de methodecheck! Met de methodecheck kun je checken of het onderwerp aan bod komt in jouw methode, tijdens welk leerjaar en in welk blok. En als het niet aan bod komt, dan wordt er via de website extra materiaal aangeboden om alsnog een les over dat venster te kunnen geven.

Zeeoorlogen

De Republiek was een groot deel van de zeventiende eeuw in oorlog. In 1648 werd de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje afgesloten met de Vrede van Munster. Lang kon de Republiek daar niet van genieten. Conflicterende handelsbelangen leidden al snel tot twee zeeoorlogen met Engeland (1652-1654 en 1665-1667). In 1672 volgde een gezamenlijk Engels-Franse inval die de Republiek op de rand van de afgrond bracht. Zij overleefde echter en speelde in de decennia daarna een belangrijke rol in de internationale coalitie die zich keerde tegen de territoriale ambities van de Franse koning Lodewijk XIV.

De bestuurders van de kustprovincies presenteerden de Republiek ondertussen als een vredelievende zee- en handelsnatie die slechts met de grootste tegenzin oorlogen voerde om haar economische belangen te beschermen. In dit zelfbeeld waren vlootvoogden en zeelieden de grote helden. Zij werden bezongen in liedjes, hun levens en daden werden beschreven in populaire geschiedenisboekjes en de belangrijkste zeeslagen werden vastgelegd in schilderijen en prenten. Vlootvoogden die sneuvelden in de strijd konden rekenen op een monumentaal praalgraf.

Van alle zeventiende-eeuwse zeehelden is Michiel Adriaenszoon de Ruyter ongetwijfeld de beroemdste. Hij werd in 1607 in Vlissingen geboren als zoon van een eenvoudige bierdrager. Al snel werd duidelijk dat zijn toekomst op zee lag. Na enige tijd als touwslager werkzaam te zijn geweest bij Lampsins, de rijkste redersfamilie van Vlissingen, monsterde hij in 1618 als bootsmansjongen aan op zijn eerste schip. Het was het begin van een avontuurlijk zeemansleven. Als kaperkapitein, schout-bij-nacht en koopvaarder bevoer hij de wereldzeeën en beproefde hij zijn geluk. In 1652 meende hij voldoende fortuin te hebben vergaard om een rustig bestaan aan wal te leiden. Lang heeft De Ruyter niet van zijn rust genoten. Na het uitbreken van de Eerste Engelse Zeeoorlog bood de Zeeuwse Admiraliteit hem een functie aan. De Ruyter accepteerde haar, voor één tocht. Het bleek echter het begin van een nieuwe loopbaan die uitmondde in de hoogste functie in de marine, het luitenant-admiraalschap.

In 1667, midden in de Tweede Engelse Zeeoorlog, beleefde De Ruyter zijn grootste moment. Op aandringen van raadpensionaris Johan de Witt voerde hij de vloot aan die de Engelsen op eigen terrein een grote slag moest toebrengen. Het plan lukte. Een groot deel van de Engelse vloot werd in de Medway nabij Chatham vernietigd. De Ruyter werd vereerd als de nieuwe Hannibal.

In 1676 sneuvelde De Ruyter nabij Syracuse in een gevecht tegen de Fransen. Het had zijn laatste reis moeten zijn. In de Amsterdamse Nieuwe Kerk kreeg hij een marmeren praalgraf op de plek van het voormalige hoogaltaar.

Bron: (http://www.entoen.nu/michielderuyter/po-docent)

En nu?

Aangezien we nu toch stage moeten blijven lopen, kan ik maar beter gelijk van alles mee proberen te pikken. Mijn stagedag op de basisschool wordt dinsdag. Op deze dag worden de lessen geschiedenis en muziek gegeven. Voor mij is dit natuurlijk supergaaf! Een goede geschiedenisles in een combinatieklas is (haast) onmogelijk en niet te doen. Daarom hebben ze op de Vossenburch de groep gesplitst (net zoals de andere twee groep 7/8) en komt heel groep 7 bij elkaar voor de les geschiedenis (en zo dus ook groep 8). Dan kom je op een behoorlijk grote groep van ongeveer 30 leerlingen uit. Maar, dit moet ik nog allemaal meemaken, want aankomende dinsdag ga ik voor het eerst kijken.

Mijn stagebegeleider wilt sinds de canonkaravaan langs is geweest, de canon toe gaan passen in haar lessen. Ze zijn nu aangekomen bij het thema Michiel de Ruyter. Voor mij rest nu dus nog iets leuks te doen: http://www.entoen.nu uitpluizen en informatie opzoeken over Michiel de Ruyter!

GPS-tracking op een VOC schip

Wat ga je doen met je klas als je een uitdagende leeromgeving wilt aanbieden over een (voor de meeste) saai vak? Juist, je schrijft je in voor een ontzettend leuke ochtend bij het Zeeuws Museum. Het ZM is ondertussen mijn tweede huis aan het worden, maar dat vind ik totaal niet erg.

Met groep 7/8b gingen we op de fiets richting het museum. Daar aangekomen kregen we een hele korte uitleg over de opdracht die ze moesten gaan uitvoeren. Je gaat een speurtocht door Middelburg wandelen. En niet zomaar een speurtocht, nee een speurtocht met een iPhone voor elk groepje die een signaal geeft wanneer je in de buurt komt van je opdrachten en waarop je de opdrachten moet maken voordat je verder kunt.

Het was een wandeling van ongeveer een uur en daarbij moesten er 13 opdrachten uitgevoerd worden. Dit varieerde van een multiple-choice vraag beantwoorden tot foto’s maken en opsturen. Wanneer het antwoord goed was, mocht je verder naar de volgende opdracht. Tevens moest er bij elke opdracht een stukje informatieve tekst worden gelezen, dus ze hebben er ook zeker iets van opgestoken. De excursie heette “in het spoor van de VOC” en is een echte aanrader om te doen met je klas. Er wordt voor alles gezorgd en er is genoeg materiaal. De kinderen vinden het ontzettend leuk en stoer om met een iPhone rond te lopen. Ook zat er op den duur een waar competitie-element in, wie is het eerste terug? Wie heeft de meeste punten? Hebben we alle opdrachten uitgevoerd?

En natuurlijk, hoe kan het ook anders… Mijn groepje was als eerste terug en had de meeste punten!

De laatste dag

Vandaag was de laatste dag van de gymnasiumdagen. Het programma was hetzelfde als dat van gisteren, met een nieuwe klas. Vandaag liep ik mee met de groep die de presentaties bij SCEZ gingen geven. Als eerste werden er groepjes gevormd en de voorwerpen werden verdeeld. De volgende voorwerpen kwamen aan bod: een Romeinse amfoor, een fibula, een grijze kookpot en scherven van terra sigillata. Dankzij mijn welgevormde (ahum) geschiedeniskennis, wist ik gelukkig al wat van deze voorwerpen af, dus stond ik niet compleet voor schut bij de gymnasten.

De kinderen gingen zelf aan de slag op school om een powerpoint in elkaar te zetten. ’s Middags hadden de kinderen nog een spreekuur met de adviseur Archeologie. Deze meneer wist heel veel te vertellen en was ontzettend wijs. Ik heb veel aantekeningen gemaakt, misschien word ik dan ook wat wijzer.

Nadat ze hun presentatie geperfectioneerd hadden, kwamen ze allen te samen om de presentaties te bekijken. Deze groep was minder groot dan gisteren, maar wel heel erg vervelend en rumoerig. Ik vond het zonde dat ze niet zo goed naar elkaar luisterden. Wel werd ik herkent: “Hey u bent toch juf Belinda?”. Hij vroeg hoe het met me was en nog een aantal dingen. Blijkbaar heb ik toch een goede indruk achter gelaten na 5 jaar…

Maar toen ik dus het woord fibula hoorde, dacht ik wat is dat in vredesnaam? Nou, dat heb ik vandaag dus geleerd. Een fibula is een Romeinse speld die meestal vervaardigd was uit koper of ijzer. Voor de rijkere mensen werden ze gemaakt van zilver en goud. Deze speld werd gebruikt om toga’s of mantelstukken op de schouder vast te spelden en kun je zien als de voorganger van een veiligheidsspeld.

Fibula of mantelspeld, geheel compleet, rug met ingelegd email

Willem van Oranje en de wandtapijten

Vanochtend om 10 uur stond ik bij het Zeeuws Museum, de gymnasiumdagen voor de tweedeklassers zijn begonnen! Het programma op zo’n dag ziet er als volgt uit:

10:00 gezamenlijke workshop presenteren/rondleiden in een museum.

11:00 splitsing van de groep, de helft blijft in het museum en de andere helft gaat naar SCEZ (ik bleef vandaag bij de groep in het museum)

11:00 taakverdeling en informatie opzoeken

12:30 pauze

13:00 spreekuur medewerker Zeeuws Museum of SCEZ

14:00 voorbereiden van de presentaties

15:00 presentaties SCEZ

15:45 presentaties Zeeuws Museum

Ik bleef dus bij de groep die in het Zeeuws Museum een rondleiding zal geven. Ze moeten dan echt doen alsof het museum van hen is. Na een leuke workshop over presenteren en rondleiden in een museum gingen we al snel aan de slag met een taakverdeling.

Er waren kinderen nodig voor de ontvangst, voor de kamer van Willem van Oranje, en twee groepjes voor de wandtapijten. Na een snelle rondleiding door het museum en wat korte informatie over de kamers, gingen de kinderen in groepjes informatie opzoeken over datgene dat ze wilden gaan vertellen. De museummedewerker zette ze wel op een duidelijk spoor. Bij Willem van Oranje gingen ze het vooral hebben over de Latijnse opschriften op zijn spullen (i.v.m. de gymnasiumdagen) en in de wandtapijtenkamer werd de nadruk gelegd op de symboliek van de doeken (mythische figuren). Ook werd er sterk ingespeeld op een doorlopende lijn in de geschiedenis. Zo moesten ze in de kamer van Willem van Oranje eindigen bij het schilderij van Alva, om in de wandtapijtenkamer te kunnen aansluiten met het beginnen bij de tachtigjarige oorlog.

Na de pauze werd er een oefenrondje gehouden en ik stond versteld van de hoeveelheid werk die de kinderen erin hadden gestoken, ze deden het super! Ik was heel erg benieuwd hoe dat zou gaan wanneer de hele groep zou komen met ouders. Het wachten duurden voor sommigen heel lang (zij waren al ruim voor 3 uur klaar) en ze gingen dan ook een ijsje halen bij de Mac. Om drie uur werd iedereen verwacht in het gebouw van SCEZ. Hier begonnen de kinderen met hun presentaties over archeologische vondsten uit het depot van SCEZ. Het was een beetje onwennig voor ze en ze waren erg lacherig, maar er werden hele goede presentaties gegeven.

Na het SCEZ liepen we met zijn allen naar het Zeeuws Museum. Hier namen de rondleid-dames gelijk het touw in handen en de groep werd snel geinstrueerd om jassen en tassen op te ruimen en gelijk meegenomen naar de kamer van Willem van Oranje. De rondleiding verliep vlekkeloos en er werden hele goede presentaties gegeven. Sommigen waren heel erg zenuwachtig, maar deden het daardoor alleen maar beter.

Een hele leuke dag en morgen mag ik kijken bij de groep in het SCEZ-gebouw!

En tussendoor heb ik ook nog even van Wouter Izeboud (hij was de mentor van deze klas, hoe grappig is dat) geleerd dat in de kalk-zandstenen van het abdij heuse fossielen zitten die erg duidelijk zijn!

De archeoloog in jezelf vinden

Vandaag was de eerste dag van de gymnasiumdagen voor de CSW. Vanwege mijn stage bij het SCEZ mocht ik komen helpen. Zelf woonachtig zijn in Middelburg, maar niet weten hoe je bij de CSW de Perre moet komen… Thank god voor de iPhone met navigatie (en mijn supertalent om fietsende studenten te spotten en stiekem achterna te fietsen).

Ik moest ook even zoeken naar de lokalen, maar deze stonden gelukkig erg duidelijk aangegeven. Eenmaal aangekomen, werd ik hartelijk ontvangen en gelijk aan het werk gezet. Er waren twee lokalen beschikbaar, waarin we verschillende leskisten hebben geplaatst. Zo konden de kinderen in beerputten opgravingen verrichtten, een aardewerk pot tekenen aan de hand van een scherf, dierenbotten determineren, scherven aan elkaar plakken totdat het weer botten werden, stadsplattegronden uitpluizen, Romeinse munten bekijken, rekenpenningen onderzoeken en nog een aantal opdrachten.

Er kwamen twee groepen eersteklassers (de eerste groep in de ochtend en de tweede groep in de middag). Deze groepen werden verdeeld in negen kleine groepjes (2, 3 of 4 leerlingen) en zo mochten ze de archeologie caroussel afwerken. In principe stond ik alleen voor de groep, omdat de helpende docenten vonden dat ze betere dingen te doen hadden dan bij mij te staan. Enfin, dat mag niet baten, want ik heb het reuze naar mijn zin gehad!

Ik was high five nummer 9 van de high-five-van-docenten-verzamelaar, ik werd u en mevrouw genoemd, ik werd ondervraagd, ze wilden me van alles vertellen en ze waren enorm geinteresseerd in de opdrachten die er te doen waren. Natuurlijk zaten er ook een paar vervelende leerlingen bij, maar zelfs deze waren nog leuk om mee om te gaan en luisterden goed.

Al met al was het een hele leuke dag, met mooie leskisten van het SCEZ en leuke opdrachten voor leuke leerlingen. Ik heb meteen een stageplek aangeboden gekregen voor als ik ooit stage wilde komen lopen! Ontzettend tof en dat ga ik zeker in mijn achterhoofd houden! Morgen gymnasiumdag nummer 2 met de tweede klassers in de wandtapijtenkamer van het Zeeuws Museum.

Flashmob

Afgelopen maandag had groep 7/8b een verrassing voor alle leerlingen en leerkrachten van de Vossenburch. Om 10 over 1 galmde ineens muziek over het schoolplein. Het lied Ai Se Eu Te Pego van Michael Telo werd gebruikt voor een heuse flashmob! De kinderen hadden een dansje ingestudeerd en begonnen spontaan te dansen. De bedoeling was om zoveel mogelijk andere kinderen en leerkrachten mee te laten doen. Het lied heeft drie keer gedraaid en op den duur deed iedereen mee! Het was erg leuk om te zien, al die dansende kinderen op het plein in het zonnetje! Erg leuk om een keer mee te maken.

Een Braziliaanse moeder kwam nog wel even vragen of we wisten wat de tekst betekende, want de tekst is niet zo heel gepast.

Doldwaze juf

En ook ik heb natuurlijk zelf de hand gelegd aan de materialen die de kinderen moesten gebruiken tijdens de les van Jean Tinguely. De groepsleerkracht wist namelijk niet zo goed of de klei goed zou werken, hoeveel klei je nodig zou hebben en op welke punten je moest letten als je je machine op ging bouwen. Maar gelukkig was ik er, degene die wel eens even ging proberen een doldwaze machine in elkaar te zetten.

En stiekem he… was dit best leuk om te doen!

Het begin van het eind

Uiteraard komt er ook voor mij een einde aan de kinderkunstweek. Eigenlijk is voor mij het einde dinsdag al begonnen. Op woensdag en donderdag hebben de kinderen namelijk gewone lessen (op deze dagen staat een andere juf voor de klas) en morgen maken de kinderen al het werk af dat nog niet af was. Helaas kan ik er deze dag niet bij zijn, omdat ik andere verplichtingen heb.

Aankomende woensdagavond is de spetterende tentoonstelling van al het moois dat er door heel de school gemaakt is. Hierbij wordt er extra aandacht besteed aan datgene wat de kinderen hebben gedaan en niet zozeer het ideeenboek. Bij elk kunstwerk hebben de groepsleerkracht en ik tekst en uitleg gegeven, net zoals in een museum. Ook hangen er foto’s bij van de kunstenaars en schilderijen en is er een speciale plek ingericht voor Marinus Boezem. Bijna al het moois staat al klaar voor de tentoonstelling.

Ook voor de kinderen nadert het einde van de kinderkunstweek en dan moeten ze weer “stomme rekenlessen gaan maken”. Hier hadden ze niet veel zin in en dat snap ik ook wel, de kunstenaar in jezelf zoeken is toch ook veel leuker?

De kunstenaarshand

Afgelopen dinsdagochtend (27-03-2012) zijn we met groep 7/8b van de Vossenburch naar het atelier van Marinus Boezem gefietst. We werden verwacht en mochten rondkijken. Als eerste kwamen we bij een enorm huis in hartje Middelburg, ontzettend groot en onwijs mooi! De kinderen vroegen zich af hoeveel zo’n huis eigenlijk zou kosten. Ik heb ze uitgelegd dat het een heel oud, historisch huis is en dat het heel duur zou zijn.

Toen moest er aangebeld worden, maar wie mocht dat doen? Ze stonden allemaal te popelen en uiteindelijk mocht iemand dus op de bel drukken. Er klonk een stem: jullie worden al verwacht, ik kom eraan. Het duurde even voordat de deur open ging (het is ook een enorm huis) en daar stond hij dan: Marinus Boezem. De kinderen werden hartelijk begroet en mochten binnen komen. Gelijk zag je al een aantal kunstwerken hangen. De kinderen mochten hun jas ophangen en kregen op de grote trap een geschiedenislesje over het huis. Het huis is namelijk een voormalig weeshuis, waarna het een meisjesschool werd en uiteindelijk is het een woonhuis / atelier geworden van een kunstenaar.

De kinderen vonden dit niet zo interessant, maar hebben wel goed naar de kunst om zich heen gekeken. We liepen door naar een kamer met stoelen en een grote bank. Hier kregen de kinderen een oud klokhuis filmpje te zien waarin Marinus Boezem geinterviewd werd over zijn kunst. Het ging over beweging en de manier waarop hij dat verwerkt in zijn kunstwerken. Na de film kregen de kinderen een mandarijntje.

We hebben de kamer gezien (het eigenlijke atelier) waar Marinus zijn opdrachten binnen krijgt, tentoonstellingen samenstelt, kunstwerken maakt en eigenlijk bijna altijd te vinden is. De kinderen kregen bij bepaalde kunstwerken tekst en uitleg. Ze stonden echt ademloos te luisteren. Hierna vervolgden we onze weg naar beneden, waar vele kunstwerken stonden tentoongesteld. Hier kregen de kinderen meer verhalen te horen, ook het verhaal over het kunstwerk voor de koningin dat Marinus in opdracht heeft gemaakt. De koningin is toen met een helikopter naar Middelburg gevlogen en met een auto en bodyguards naar het huis van Marinus gebracht.

Toen de kinderen ook nog hun vragen hebben mogen stellen, was de tijd alweer om. Ze kregen allemaal een hand en een meisje riep ademloos: Ik kreeg een kunstenaarshand! Die ga ik never nooit meer wassen!

Les Jean Tinguely

Gisteren hebben de kinderen weer een kunstles gehad uit het ideeenboek. Deze keer ging het over Jean Tinguely. Ik had een powerpoint gemaakt waarbij de kinderen veel konden kijken. Eerst bekeken we een filmpje over zijn doldwaze machines. Hierna bespraken we een paar platen over zijn  machines en gaf ik uitleg over Jean Tinguely. De kinderen vonden zijn kunst maar een beetje apart.

De juf had een grote zak met een heleboel restmateriaal (want Jean Tinguely maakte zijn kunstwerken van afvalmateriaal) waarmee de kinderen in groepjes een eigen doldwaze machine konden maken. Ze hadden keus en materiaal genoeg. Er zat van alles in, van een uit elkaar gehaalde digitale camera tot scharnieren en schroeven.

Door met speciale klei (die niet hard wordt) de materialen aan elkaar te verbinden, kun je alle kanten op. De kinderen kregen allemaal een dienblad met materiaal en mochten aan de slag gaan. In sommige groepen ging de samenwerking heel goed en kwamen ze al snel tot een resultaat, maar in andere groepen ging dit wat slechter.

Wanneer ze klaar waren met hun machine, moesten ze de machine na gaan tekenen. De ronde vormen moesten gemaakt worden door ronde vormen over te trekken. Ze maken de tekeningen vrijdag af, want alle machines waren wel nog net op tijd af.

Beweging (gastles)

De tweede gastles die de kinderen kregen ging over een beweging van de mens visueel maken. Ook hierbij werd er rekening gehouden met evenwicht. Ze moesten een poppetje maken met ijzerdraad in een houten sokkeltje. Dit poppetje mocht maar op 1 been, 1 arm of op zijn hoofd balanceren.

De eerste stap was een “stickman” tekenen. Hierbij werd erop gelet dat de benen even lang werden als het hoofd en bovenlichaam bij elkaar. Sommige kinderen vouwden hun schetspapier dubbel (wat erg slim bedacht was). Nadat ze de stickman hadden getekend, moesten ze de omtrek met een ijzerdraad gaan vormen. Het was redelijk slap ijzerdraad, dus het verbuigen ging best goed. Voor sommige kinderen was dit echter nog erg moeilijk, dus die hadden hulp nodig. Het in de sokkeltjes stoppen van het poppetje heb ik gedaan, omdat hierbij nog een aantal handelingen moesten worden verricht. Er werd gewacht tot ieder kind klaar was met het ijzerdraad en ze allemaal een poppetje in een sokkel hadden staan.

Na deze stap moesten de kinderen van vliegerpapier repen scheuren, die ze daarna met behanglijm nat moesten maken met hun vingers. Dit vonden de jongens geweldig en de meisjes smerig. Ze mochten 1 of 2 kleuren gebruiken, maar de meeste kinderen gebruikten 1 kleur. Roze was erg populair bij de meisjes en groen en blauw bij de jongens. Met de natgemaakte strookjes gingen ze hun poppetje bekleden. Hierbij moesten ze goed letten op open gaten en dat alles bedekt was.

 

Na anderhalf uur hard gewerkt te hebben was er een groot verschil te zien in tempo bij de kinderen. Er werd nagegaan of de poppetjes die al wel klaar waren ook netjes afgewerkt waren. De randen moesten worden gladgestreken en alle gaten moesten gedicht worden. Andere kinderen hadden nog maar een klein stukje van hun poppetje gemaakt, maar mogen dit op een ander moment af maken. Al met al een hele leuke les met geweldige resultaten! Ze lijken zelfs een beetje op de dansende nana’s!

Evenwicht

Vandaag kregen de kinderen van groep 7/8b de eerste gastles van een gepensioneerde, enthousiaste juf (Gerda). De les ging over beweging en dan voornamelijk het stukje om je evenwicht te bewaren. We hadden het handenarbeidlokaal tot onze beschikking (na wat gerommel met een andere klas, die dacht dat ze er ook konden zitten). Juf Gerda begon instructie te geven en de kinderen luisterden aandachtig, langzaamaan begon de concentratie wat weg te zakken. We moesten dus maar snel aan de slag, aldus juf Gerda.

Ze had een voorbeeld gemaakt van een houten sokkel met daarop een ijzerdraad waaraan twee stenen balanceerden en die in evenwicht waren. De kinderen gingen dit ook maken, als een kunstwerk. Het is kinetische kunst, het beweegt. Allereerst moesten de kinderen een vierkant plankje schuren, zodat de splinters er af zouden gaan. Ook kregen ze een ronde houten stok, waarbij ze de uiteinden voorzichtig glad moesten schuren. Na dit gedaan te hebben moesten ze in het midden van het plankje een spijker slaan. Maar hoe bepaal je dat midden? Hier werd een hele slimme oplossing voor gegeven: met potlood zet je op de lelijke kant (de onderkant) een kruis, waarbij het snijpunt van de lijnen dus het midden is. Na dit gedaan te hebben, klonken er veel hamerslagen en al snel zaten de sokkels in elkaar. Nu moesten ze nog zorgen dat het ijzerdraad op zijn plek bleef. Dit werd gedaan door een oogje in de bovenkant van de sokkel te draaien. Door eerst met een fretboor een gaat te boren, kon het oogje er gemakkelijk ingeschroefd worden.

Nu kwam het moeilijkste gedeelte: de stenen die de kinderen kregen (twee stenen waarvan een grote en een kleine) moesten worden ingepakt met een stukje touw, zodat ze opgehangen konden worden. Dit vonden veel kinderen moeilijk en ze hadden daar dan ook veel hulp bij nodig! Soms deed een druppeltje lijm wonderen en op andere momenten moest je maar net het goede punt zien te vinden om je touw om de steen te doen. De kinderen kregen hierna pauze en in de pauze hebben we nog veel stenen goed ingepakt. Al het gereedschap en overige materiaal werd van de tafels gehaald, zodat alleen de kranten en de sokkels overbleven.

Na de pauze werd de tweede uitleg gegeven aan de klas. Nu moesten ze de sokkel gaan verven. Dit deden ze met ecoline, omdat dit sneller droogt en je dan nog goed de nerven van het hout kunt zien. Er werden zeer mooie creaties gemaakt door de kinderen.

In de tussentijd waren er al aardig wat stenen weer losgegaan en heb ik deze nog ingepakt. De kinderen waren heerlijk bezig en soms gebruikte een heel groepje dezelfde kleur (waardoor je dus veel moest bijvullen). Gelukkig hebben ze nog wel allemaal een unieke creatie weten te maken. Wanneer ze klaar waren met de ecoline, was hun evenwichtssokkel al bijna klaar. Nu moesten ze nog een ijzerdraad nemen en daar met een tang oogjes aan maken, waar de stenen aan konden hangen. Dit vonden sommigen ook erg lastig. Hierna mochten ze opruimen en naar de klas. De kunstwerken worden tijdens de tentoonstelling getoond, maar wat zijn ze mooi geworden!

Opening KKW

Vandaag was het dan eindelijk zover, de opening van de kinderkunstweek. Een aantal van de pilotscholen waren uitgenodigd om de opening bij te wonen. Zo ook mijn stageschool. We zijn om 9 uur vertrokken vanaf het schoolplein richting het abdijplein. Met zijn allen op de fiets, over de stationsbrug… Dat is wel een hele klus met groep 7!

Toen we daar aankwamen werden we hartelijk ontvangen door onze gastvrouw, Ria. Zij zou ons de gehele ochtend begeleiden en zorgen dat alles volgens plan verliep. Aangekomen op het abdijplein, voegden we ons bij de Wilgenhof. Samen zouden wij de groene letter maken, de S.

Er werden een aantal korte toespraken gehouden door John Louws, Ben de Reu en Bram de Muijnck. Kinderen vroegen aan mij of dit dan eindelijk de kunstenaar was. Nee, ze moesten nog even geduld hebben. Toen werd eindelijk de kunstenaar naar voren geroepen. Een daverend applaus volgde en de kinderen kregen de opdracht om KUNST te vormen met zijn allen. Dit ging redelijk goed, maar volgens mij wegens tijdgebrek, gingen we al snel verder.

Er werden heel feestelijk duiven losgelaten (wat ik overigens erg zielig voor de beestjes vond -veel lawaai, lang in een klein houten kistje en dan maar zien waar je eruit wordt gelaten-). Dit was het startteken van de kinderkunstweek. Hierna gingen we wat drinken in de kloostergangen en op naar de workshops.

De workshops waar de Vossenburch heen ging waren:

  • De striptease-act en jezelf verkleden.
  • Het draakje en de mummie, hier een tekening bij maken.
  • Wat vind jij kunst? Maak je eigen kunstwerk.

Als afsluiting hadden een aantal groepjes een kunstrap ingestudeerd en deze werd opgevoerd op het abdijplein. Na een zeer geslaagde ochtend gingen de kinderen moe maar voldaan terug naar school.

Les Victor Vasarely

Vandaag was het dan zover, de grote opening van de kinderkunstweek op de Vossenburch. Als eerste werd ik geintroduceerd in groep 7/8b. Een klein, maar heel erg lastig groepje. Hierna vertrokken we met de hele school naar de aula, waar de opening plaats vond. Er werd voorgelezen uit een prentenboek waarbij een jong meisje in een museum rondliep en per toeval ontdekte dat je in een schilderij kon duiken. Ze beleeft hier veel avonturen en die lopen maar net goed af. De desbetreffende schilderijen werden ook via een powerpoint getoond aan de kinderen.

Na de opening gingen de kinderen terug naar de klaslokalen om verder te gaan met het lesprogramma. Voor groep 7/8b stond de eerste kinderkunstweek-kunstles op het menu! Ik liet de powerpoint van Vasarely zien en heb met de kinderen over kunst gepraat. Ze vonden het heel vreemd dat het platte beeld kon bewegen. We hebben ook een aantal termen besproken (en hopelijk hebben ze die onthouden, na controlevragen!). Belangrijke termen in deze les waren: op-art, optical, illusie, contrasterende kleuren en contrast.

Nadat ze de laatste sheet met een schilderij hadden bekeken, heb ik de opdracht uitgelegd. Ze moesten zelf de tunnel van Vasarely gaan namaken. “Dat kan ik nooit!” “Nee, dat is moeilijk man!”. Na een korte, snelle uitleg zijn ze aan de slag gegaan. Sommige kinderen moesten echt op weg geholpen worden en anderen gingen zelfstandig van start. Ze waren erg geconcentreerd bezig en de resultaten zijn erg mooi geworden. Ze hebben een echte optische illusie weten te creeeren op hun tekenblad. De tekeningen zijn nog niet klaar, ze mogen er op een ander moment aan verder werken. Wanneer ze klaar zijn, zal er zeker een foto worden gepost!

KKW 2

Morgen begint de kinderkunstweek dan echt voor mij. Op de Vossenburch hebben zij ’s middags een gezamenlijke opening in de aula met de gehele school. Er wordt een verhaal voorgelezen over een meisje dat telkens in een schilderij verdwijnt en daarbij worden de desbetreffende schilderijen getoond. Aansluitend hierop mag ik de eerste kinderkunstweek-kunstles geven! En hoe mooi kan het zijn: het is de les van Victor Vasarely, waarbij ik de ppt heb gemaakt en mij helemaal in verdiept heb!

Woensdag ga ik met de Vossenburch mee naar de “grand opening” van deze kinderkunstweek. Hierbij begeleid ik een groepje van 10 leerlingen bij de workshops.

De icc-er van de Vossenburch heeft een groot netwerk met verschillende kunstenaars en contactpersonen van verschillende instanties, hierdoor doen de kinderen van haar klas erg leuke dingen tijdens de kinderkunstweek (waar ik gelukkig ook bij mag zijn!)

  • De eerste vrijdag komt er een kunstenares in de klas om een gastles te geven. We gaan hierbij werken met stenen.
  • Op de maandag hierna is er een geheime verrassing voor de kinderen! Ik weet al wat dit is, maar dit kan en mag ik nog niet verklappen.
  • Hierop aansluitend zal er een tweede gastles plaatsvinden waarbij de kinderen gaan werken met ijzerdraad.
  • De dinsdag mogen de kinderen op bezoek in het atelier van Marinus Boezem en waarschijnlijk een bezoek aan het Zeeuws Museum! ’s Middags geef ik een les over de machines van Jean Tinguely.

Op andere dagen wordt er natuurlijk ook veel aandacht besteedt aan de kinderkunstweek, maar dit zijn toch wel de komende hoogtepunten. Ik heb er erg veel zin in en weet zeker dat ik hier erg veel van ga leren.

SCEZ – Erfgoededucatie

Cultureel erfgoed is overal om ons heen. Gebouwen, schilderijen, vondsten, archiefstukken zijn een tastbaar en concreet leermiddel om de geschiedenis te ontdekken en te bestuderen. Vooral de verhalen achter erfgoed zijn leerzaam en leuk.

Cultureel erfgoed zit boordevol informatie. Bronzen munten uit de Romeinse tijd, een houten schooltas uit 1900, een naoorlogse gevelsteen… Je komt het verleden van Zeeland ongetwijfeld tegen als je met school naar het museum gaat, een speurtocht door de stad loopt of een internetopdracht maakt met een game.

Erfgoed en onderwijs
Scholen kunnen al in de onderbouw met erfgoededucatie aan de slag. De leerling ontwikkelt zo op jonge leeftijd zijn historisch bewustzijn en tegelijkertijd doet hij diverse vaardigheden op. Hij leert kijken, vragen stellen en discussiëren. Bovendien krijgt hij meer waardering voor zijn omgeving, omdat hij over en van die omgeving leert. Het gebruik van een leskist is populair: 66% van de Zeeuwse basisscholen maakt hier in de klas gebruik van. 62% brengt een bezoek aan een museum (bron: Scoop).

Multi-inzetbaar
Erfgoededucatie sluit moeiteloos aan bij verschillende vakken: economie, techniek, de beeldende vakken, geschiedenis, aardrijkskunde of taal. Bij een thematische aanpak kan erfgoededucatie ook vakoverstijgend zijn. De Romeinse munt bijvoorbeeld, wat vertelt die over de vroegere heerschappij in Zeeland en de handel? Werk je met erfgoededucatie, dan behandel je de Zeeuwse geschiedenis vanuit allerlei gezichtshoeken!

Advisering en ontwikkeling
In Zeeland werken scholen en erfgoedorganisaties regelmatig met de SCEZ samen om nieuw lesmateriaal over erfgoed te ontwikkelen. De lesopdrachten staan in directe relatie tot het cultureel erfgoed in de eigen omgeving of tot vensters uit de landelijke en Zeeuwse Canon. Op deze manier kunnen scholen de wettelijk verplichte hoofdlijnen integreren met erfgoededucatie en omgevingsonderwijs. De opdrachten zijn zowel binnen- als buitenschools.

(http://www.scez.nl/3/erfgoededucatie)

En daar ga ik hoogstwaarschijnlijk een steentje in bijdragen. Stage lopen bij SCEZ, dat zie ik wel zitten!

De brillen van Parsons

Parsons vergelijkt het waarnemen van de mens met het kijken door een bril. Mensen in verschillende fasen van ontwikkeling kijken door verschillende brillen. Deze brillen zijn een handig middel om met kijkvragen gericht over beeldbeschouwen te praten. Je kunt hierbij uitgaan van het object; het beeld, of het subject; de beschouwer. Er zijn vijf verschillende brillen waarmee je naar beeldobjecten kunt kijken.

Bril 1: associatie (verschillende dingen met elkaar in verband brengen)

In dit stadium zie je vooral dat wat een associatie oproept, iets dat je uit je dagelijkse leven of omgeving herkent, of iets dat je je herinnert. Je kunt hierbij goed de vraag vertel maar wat je ziet stellen. Het is hierbij niet belangrijk wat een object voorstelt, maar je let meer op gevoelens, ervaringen en herinneringen. Wat een beeld voorstelt, herken je wel, maar dat vind je in dit stadium niet belangrijk. In dit stadium heb je nog geen interesse in de mening van anderen.

Bril 2: voorstelling

In dit stadium moet het beeld iets voorstellen. Je wilt er iets in zien. Later in dit stadium ga je het ook belangrijk vinden hoe iets is weergegeven. Je weet dat anderen een andere mening kunnen hebben, maar dat begrijp je nog niet.

Bril 3: expressie

In dit stadium moet het beeld emoties bij je opwekken. Een doel van kunst is het overdragen van gevoelens, daar zijn geen algemeen geldende normen vorm. Elke individuele beschouwer moet de betekenis van het beeld zien te achterhalen. Voor iedereen is deze betekenis anders, door eigen ervaringen en gevoelens die je op dat moment hebt. Het heeft hierdoor geen zin om met elkaar over de kwaliteit, de betekenis van het object of de gevoelens bij een beeld te praten en elkaar te overtuigen van jouw mening.

Bril 4: leerbaar

In dit stadium besef je dat een beeld een sociale functie heeft. Het laat iets zen van een bepaalde tijd, een bepaald land of de cultuur waarin het beeld gemaakt is. Tradities, technische moeilijkheden en functie van het beeld bepalen mee hoe het beeld eruit ziet. Er kan daarom gepraat worden over wat het beeld voorstelt, de materialen en de manier waarop het gemaakt is. In dit stadium vind je het zinvol om uit te wisselen waarom je een beeld waardeert en welke mening je erover hebt.

Bril 5: eigen mening

Als je door de vijfde bril kunt kijken, weet je dat je een waardeoordeel kunt stellen op basis van je eigen smaak en inzicht. Dat oordeel kan afwijken van andere en misschien meer gangbare meningen. Je eigen oordeel wordt door je eigen omgeving, cultuur en tijd bepaald. Je gaat steeds kritischer naar je eigen oordeel kijken en reflecteert hierop. Je toetst je mening geregels aan die van anderen om zo een oprecht oordeel te krijgen.